Als ouder van een verstandelijk gehandicapt kind wordt u geconfronteerd met heel specifieke problemen met veel onbeantwoorde vragen.
Laat ons daarom even de bekommernissen definiëren waarmee u mogelijks geconfronteerd wordt wanneer u planningen naar de toekomst wenst te doen.
Het erfrechtprobleem heeft betrekking op het feit dat het kind later zelf geen beslissingen kan nemen over zijn/haar eigen nalatenschap. Doordat wij hier doorgaans te maken hebben met een situatie waarin het kind geen erfgenamen heeft, zal er later dan ook een zijdelingse wettelijke vererving gebeuren naar de broer(s) en/of zuster(s). Hierbij lopen de tarieven heel snel op van 35% naar 65%.
Zijn er geen broers of zusters dan wordt de toestand fiscaal nog dramatischer. De familie ziet 45% tot 65% van het familiepatrimonium, dat zich bij het gehandicapte kind bevindt, verdwijnen naar de fiscus.
Dit heeft voor gevolg dat u, als ouders, zelf de nodige initiatieven reeds zal moeten nemen om dit probleem te omzeilen.
De vraag kan echter ook nog anders gesteld worden: 'Wie gaat ons kind later, wanneer wij het niet meer kunnen of er niet meer zijn, de zorg geven zoals wij dit nu doen?
Deze bekommernis is nog meer aanwezig wanneer het gezin met het verstandelijk beperkte kind geen netwerk rond zich heeft waar later kan op terug gevallen worden.
Dit zal één van de grootste uitdagingen zijn voor de ouders om een netwerk op te bouwen rond hun gehandicapt kind waardoor de continuïteit van de zorg later verzekerd is.
Het probleem is dat het kind niet de capaciteiten heeft om deze inkomsten en dit vermogen te beheren. Iemand anders zal dit voor hem/haar moeten doen. Hier zal dan ook de bezorgdheid van de ouders zijn om een persoon te vinden die dit op een correcte manier zal doen en steeds met het belang van het kind in het achterhoofd en niet het eigenbelang.
Ouders die een kind hebben dat niet onder een beschermingsstatuut staat zouden hierbij in de verleiding kunnen komen om het kind niet zijn wettelijk verplicht deel (de reserve) toe te kennen. Dit deel zouden zij dan kunnen geven aan hun andere kinderen met de opdracht om na hun dood dit geld te besteden aan de zorg voor hun gehandicapte broer of zus. Dit is een heel eerbiedwaardige planning die er helemaal niet op gericht is om het kind te benadelen.
U bent echter met vuur aan het spelen. Vergeet nooit dat zaken met betrekking tot erfrecht maar verjaren na 30 jaar. In die periode kan een betrokken familielid wel eens op het lumineuze idee komen om dit toch voor een rechtbank te brengen.
Gevolg: gans uw opgezette planning valt in duigen.
Ga daarom steeds op zoek naar oplossingen die zorgen voor de nodige flexibiliteit maar die juridisch waterdicht zijn.
Om als ouder uw weg in deze jungle te vinden, is bijna onbegonnen werk.
Waar familiale planning tegenwoordig reeds heel complex is door nieuw samengestelde gezinnen, jongeren die niet meer aangesproken worden door het huwelijk, enz..., is de geestelijke toestand van het kind hier een extra factor die het geheel allemaal complexer en moeilijker maakt.
Wij hebben er zelf drie jaar van intensieve studie op zitten om de problematiek volledig te begrijpen, ook al beschikten wij over een stevige academische basis en praktijkervaring op het vlak van fiscaliteit en burgerlijk recht.
De materie is ingewikkeld, maar wij kunnen u helpen.
Contacteer ons